Een optie is een product dat je pas koopt na een afgesproken periode. De prijs die je daarvoor gaat betalen, wordt aan het begin van die periode al afgesproken. Bij beleggen in opties is het dus de kunst om een product te kopen dat na de looptijd in waarde is gestegen.
Hoe werkt beleggen in opties?
Een optie is een afgeleid product. Het heeft dus zelf geen waarde, maar volgt de koers van een onderliggend product. Bijvoorbeeld een aandeel of grondstof.
Voordat je een optie koopt, zie je de prijs en looptijd. Als je verwacht dat de waarde van het onderliggende product ná de looptijd is gestegen, dan kun je een optie nemen. Daarvoor betaal je altijd een premie.
Opties doen hun naam eer aan: je koopt namelijk een optie op een product. Je bent dus niet verplicht om ze na de looptijd te kopen. Als de waarde van het onderliggende product na de looptijd namelijk lager is dan de optieprijs, zal hij de optie niet kopen. Hij is dan wél de premie verschuldigd.
Twee soorten opties
- Call-opties: het recht om opties te kopen na een afgesproken tijd
- Put-opties: het recht om opties te verkopen na een afgesproken tijd
Call-opties worden gekocht als de belegger verwacht dat de koers van het onderliggende product gaat stijgen. Denkt hij dat het product in waarde gaat dalen, dan kiest hij voor een put-optie.
Als koper betaal je een optiepremie en mag je de optie na de looptijd voor de vooraf afgesproken prijs kopen. Als schrijver van die optie (dat is bijna altijd de broker) ontvang je de optiepremie en ben je verplicht de optie te leveren als de koper dat wil.
De koper is niet verplicht om de optie ook daadwerkelijk te kopen: hij zal afzien van de koop als het product minder waard is dan de afgesproken prijs. De optiepremie moet dan natuurlijk wél betaald worden. Het schrijven van opties is dus risicovoller.

Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.